Ius mentis Homepage | Categorieën | Lijst A-Z | Willekeurig artikel | Herpubliceren? | Over deze site | Blog | Contact
 

Strafrechtelijke aansprakelijkheid van providers

Een provider kan aangesproken worden door mensen wiens rechten geschonden worden, bijvoorbeeld vanwege smaad of inbreuk op auteursrecht. Dat is civiel recht: een dispuut tussen burgers. Een provider kan ook met het strafrecht te maken krijgen. Denk aan computervredebreuk, verspreiden van staatsgeheime informatie of kinderporno. Een provider kan hiervoor vervolgd worden.

Een provider kan strafrechtelijke vervolging ontlopen door informatie op verzoek van de Officier van Justitie te verwijderen. Daarnaast heeft de provider de plicht om naam- en adresgegevens van klanten aan de politie te geven, en om zijn netwerk aftapbaar te maken ten behoeve van opsporing van strafbare feiten.

Inhoudsopgave

Wat is strafrecht

Het strafrecht houdt zich -grof gezegd- bezig met zaken waarvoor je de gevangenis in kunt gaan. Wie een overtreding of misdrijf begaat (het verschil tussen de twee zit hem in de zwaarte van het feit en de straf), wordt door de politie opgespoord en door het Openbaar Ministerie vervolgd.

Elektronische misdrijven

Sommige misdrijven kunnen ook online, elektronisch worden begaan. Diefstal is wat lastig, maar het inbreken in een computersysteem (al dan niet met kopiļæ½ren van gegevens) is strafbaar. Ook het versturen van kinderporno, het verspreiden van racistische teksten, smaad en belediging, verspreiden van hack-instructies en het op grote schaal schenden van auteursrechten zijn misdrijven. Om de plegers van zo'n misdrijf op te kunnen sporen, is vrijwel altijd de hulp van de provider van deze persoon nodig. Het is immers niet moeilijk om volstrekt anoniem dingen te versturen of zelfs hele websites op te zetten.

Telecommunicatiewet

Wat strafbaar is, wordt met name geregeld in het Wetboek van, inderdaad, Strafrecht. Maar ook andere wetten hebben strafbepalingen. De meest relevante voor internetproviders is de Telecommunicatiewet. Deze wet bevat een groot aantal verplichtingen voor aanbieders van telecommunicatiediensten en -netwerken. Het aanbieden van Internet-toegang is een "openbare telecommunicatiedienst" in de zin van deze wet. Een Internet provider is daarmee een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk en valt dus onder deze wet.

Bevel tot identificatie

Iedere politieagent kan een bevel geven aan een provider om basisinformatie (naam en adresgegevens en IP-adres) van een klant af te geven. Er moet dan wel sprake zijn van een misdrijf waar de klant van verdacht wordt.

De bevoegdheid om een klant van een provider te identificeren komt uit artikel 126na Strafrecht, en is specifiek voor providers nog eens verankerd in artikel 13.4 van de Telecommunicatiewet:

Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten voldoen aan een vordering op grond van artikel 126na, eerste lid, 126ua, eerste lid, of 126zi van het Wetboek van Strafvordering dan wel een verzoek op grond van artikel 29 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 tot het verstrekken van gegevens terzake van naam, adres, postcode, woonplaats, nummer en soort dienst van een gebruiker van een openbaar telecommunicatienetwerk dan wel een openbare telecommunicatiedienst.

Hieronder valt in ieder geval het desgevraagd aan de autoriteiten meedelen van het aan een gebruiker verleende nummer en de door hem afgenomen openbare telecommunicatiedienst, en het desgevraagd aan de autoriteiten meedelen van de bij een nummer behorende naam-, adres-, postcode- en woonplaatsgegevens. Uiteraard is een e-mail adres ook een "nummer" in de zin van deze wet.

Er is dus géén bevel van de officier van justitie, laat staan een gerechtelijk bevel, nodig om deze gegevens op te mogen vragen.

Bevel tot ontoegankelijk maken informatie

De Officier van Justitie kan vragen dat een site of andere informatie ontoegankelijk gemaakt wordt. Als de provider daaraan meewerkt, kan hij niet vervolgd worden voor die informatie.

Naast het afgeven van klantgegevens is het vaak ook wenselijk om de informatie zelf van internet te verwijderen. Tegelijk is dat problematisch: een overheidsbevel om informatie te verwijderen is een vorm van censuur. Vandaar dat artikel 54a van het Wetboek van Strafrecht een bijzondere regeling treft:

Een tussenpersoon die een telecommunicatiedienst verleent bestaande in de doorgifte of opslag van gegevens die van een ander afkomstig zijn, wordt als zodanig niet vervolgd indien hij voldoet aan een bevel van de officier van justitie, na schriftelijke machtiging op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris, om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om de gegevens ontoegankelijk te maken.

Het kan hier bijvoorbeeld gaan om webpagina's met strafbare informatie (zoals smaad of laster of kraakinstructies), maar ook bijvoorbeeld om computers van klanten die gebruikt worden bij inbraken op systemen van derden. Zulke computers zouden dan van het internet geweerd moeten worden.

Risico van vervolging

Als de provider dit doet, is hij zelf niet langer strafrechtelijk aansprakelijk voor de informatie. Meent de provider dat de informatie legaal is, dan kan hij deze laten staan, maar dan neemt hij wel het risico zelf vervolgd te worden. Hij kan dan de rechter proberen te overtuigen van het legale karakter van de informatie. Daarmee kan er geen sprake meer zijn van censuur.

Geen bemoeienis met inhoud

De provider mag zich op geen enkele wijze bemoeien met de inhoud van de geplaatste informatie. Een webhoster kan dit artikel dus gebruiken, maar de beheerder van een webforum niet. Beheerders lezen mee en modereren reacties. Daardoor zijn ze meer dan "tussenpersoon als zodanig". Een forumbeheerder kan dus strafrechtelijk worden vervolgd als gebruikers strafbare informatie publiceren.

Medeplichtigheid

Onder omstandigheden kan een provider ook medeplichtig worden geacht. Zo oordeelde de rechtbank in de eDonkey-zaak:

[H]et handelen van de bij de website betrokken personen, onder wie verdachte als administrator, [kan] in beginsel beschouwd worden als medeplichtigheid aan de door de gebruikers van de website gepleegde inbreuken op auteursrechten door middel van het uploaden, doordat met de website de gelegenheid wordt geboden tot snelle verspreiding van de bestanden.

Wel moet dan worden bewezen dat de hoofdplegers gebruik gemaakt hebben van de informatie van de website.

Aftapbaar maken van communicatie

Een provider moet zijn netwerk aftapbaar maken voor de politie. Daarmee kan deze strafbare feiten (laten) opsporen.

In de Telecommunicatiewet is een apart hoofdstuk gewijd aan aftappen ten behoeve van de overheid. Artikel 13.1 bepaalt:

Aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en openbare telecommunicatiediensten stellen hun telecommunicatienetwerken en telecommunicatiediensten uitsluitend beschikbaar aan gebruikers indien deze aftapbaar zijn.

Ook moeten providers de informatie geven die noodzakelijk is om zo'n tap zinvol te maken. Hieronder valt in ieder geval het desgevraagd aan de autoriteiten meedelen van het aan een gebruiker verleende nummer en de door hem afgenomen openbare telecommunicatiedienst, en het desgevraagd aan de autoriteiten meedelen van de bij een nummer behorende naam-, adres-, postcode- en woonplaatsgegevens. Uiteraard is een e-mail adres ook een "nummer" in de zin van deze wet.

De politie, maar ook opsporingsdiensten zoals de AIVD, kunnen dus met een gerechtelijk bevel eisen dat een Internet-provider naam en adres van een abonnee aan hen bekendmaakt. Ook kunnen ze eisen dat alle e-mail van deze abonnee wordt gekopieerd naar een speciale mailbox of zelfs dat al zijn gesprekken via MSN Messenger of ICQ opgenomen worden. Om dit soort dingen mogelijk te maken, hebben Internet providers heel wat kosten moeten maken. Die kosten kwamen echter voor hun eigen rekening.

Gerelateerde artikelen

Gespecialiseerd advies nodig?

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen, of zit u met een juridisch probleem waar u advies over wilt? Neem dan contact op met ICT-jurist Arnoud Engelfriet, auteur van dit artikel.

© Arnoud Engelfriet. Dit werk mag vrij worden verspreid en gepubliceerd zoals bepaald in de licentievoorwaarden.

Laatste wijziging:
16 december 2016