Ius mentis Homepage | Categorieën | Lijst A-Z | Willekeurig artikel | Herpubliceren? | Over deze site | Blog | Contact
 

De morele rechten of persoonlijkheidsrechten van de auteur

Het auteursrecht geeft de maker van een werk het recht om elke kopie of publicatie van zijn werk te blokkeren. Maar zelfs als hij toestemming heeft gegeven, en zelfs als hij het auteursrecht heeft overgedragen, heeft hij als maker nog bepaalde rechten. Deze staan bekend als de morele rechten of persoonlijkheidsrechten omdat ze niet gericht zijn op economische exploitatie maar op de persoonlijkheid van de auteur.

Met zijn morele rechten kan een auteur naamsvermelding eisen bij publicatie van zijn werk. Ook kan hij bezwaar maken tegen "verminkingen" van zijn werk. Van deze rechten kan verder maar beperkt afstand worden gedaan: het is dus niet mogelijk voor een auteur om een werk publiek domein te verklaren omdat deze rechten blijven gelden tot de maker zeventig jaar dood is.

In dit document

Welke morele rechten zijn er

De morele rechten (of persoonlijkheidsrechten) zijn gericht op de reputatie van de auteur. Kort gezegd kan deze naamsvermelding eisen, een gedane naamsvermelding corrigeren en optreden tegen wijzigingen die leiden tot "misvorming of verminking" van het werk waarmee zijn goede naam wordt aangetast.

Naamsvermelding

Het meest ingezette morele recht betreft naamsvermelding van de auteur. Op grond van artikel 25 lid 1 sub a Auteurswet kan de auteur bezwaar maken tegen elke publicatie van het werk waar zijn naam niet bij staat. Ook kan hij zich verzetten tegen publicatie onder andermans naam of tegen publicatie waarin zijn naamsvermelding is gewijzigd zonder zijn toestemming.

Titel van het werk

Een variant hierop betreft de benaming van het werk. De auteur kan (artikel 25 lid 1 sub b Auteurswet) bezwaar maken tegen wijziging van de naam (titel) van het werk. Zo kan hij bijvoorbeeld voorkomen dat een uitgever zijn boek of verhaal van een andere titel voorziet (hoewel de uitgever dan natuurlijk weer wel kan weigeren te publiceren).

Wijzigingen

De auteur kan verder (artikel 25 lid 1 sub c) bezwaar maken tegen wijzigingen, tenzij dat onredelijk zou zijn. Dit recht is vanwege die formulering dan ook een beetje een lege huls: vrijwel altijd is er wel een redelijke grond te bedenken voor de wijziging. Zo mag een redactie ingezonden brieven inkorten of wijzigen voor publicatie. De auteur kan daar met zijn morele recht niets tegen doen.

Als de auteur een licentie heeft gegeven die wijzigingen toestaat, dan zal hij zelden tot nooit meer met dit recht in de hand bezwaar kunnen maken tegen een wijziging. Hij zal dan hooguit nog kunnen betogen dat sprake is van een verminking van zijn werk (zie hieronder). Bij bijvoorbeeld open source software speelt dit recht dus vrijwel geen rol.

Verminking van het werk

Bepaald geen lege huls is het recht van de auteur om op te treden tegen verminking of misvorming van het werk, als die zijn eer of goede naam zou aantasten. Het idee achter deze bepaling is dat zo'n verminkt werk afstraalt op de auteur, zodat hij daar bezwaar tegen moet kunnen maken. Het lastige is alleen dat 'verminking' een zeer subjectief criterium is, waar auteurs al snel mee kunnen zwaaien als een wijziging ze niet aanstaat.

Een bijzonder geval hier betreft kunstwerken in de vorm van standbeelden en dergelijke. De ruimte waarin deze staan, kan wijzigen, en levert dat dan een inbreuk op de morele rechten op? Hoofdregel is dat het weghalen van een werk of zelfs het slopen daarvan niet per se een inbreuk op dit recht is. Het kàn wel: plaats van het kunstwerk onderdeel van het 'werk' is, dan kan verplaatsen een verminking van het werk opleveren.

Afstand doen van morele rechten

Een auteur kan maar beperkt afstand doen van zijn morele rechten. Het recht op naamsvermelding kan hij volledig opgeven. Het recht op te treden tegen gewijzigde titels kan ook worden opgegeven. Het recht om tegen verminkingen op te treden kan niet worden opgegeven.

Doel van de morele rechten

De morele rechten zijn ingevoerd om de status en goede naam van de maker van een werk te beschermen. Ze zijn dan ook uitdrukkelijk in de wet aan zijn persoon gekoppeld. Vandaar dan ook de alternatieve naam "persoonlijkheidsrechten" voor deze rechten van de maker als persoon.

Vanwege dit uitgangspunt zijn morele rechten niet overdraagbaar, dit in tegenstelling tot de "gewone" rechten van openbaarmaking en verveelvoudiging van het werk. Het is dus niet mogelijk het recht op naamsvermelding te verkopen, weg te geven of iets dergelijks.

Het is overigens niet duidelijk of een bedrijf morele rechten kan claimen op werken die zij maakt. Werken die een werknemer maakt, zijn immers standaard van het bedrijf (mits binnen de scope van de arbeidsovereenkomst). Maar of de werkgever dan ook de morele rechten heeft, of dat de werknemer ondanks deze standaardsregeling naamsvermelding kan eisen, is niet duidelijk.

Opgeven van morele rechten

Bepaalde morele rechten kunnen worden opgegeven. Dat wil zeggen dat de auteur ze niet meer kan uitoefenen. Dit geldt voor het recht op naamsvermelding en het recht om bezwaar te maken tegen titelwijzigingen. Het geldt nadrukkelijk niet voor het recht om op te treden tegen verminking van het werk.

Zo'n opgeven of afstand-doen kan specifiek richting één partij worden afgesproken, of juist tegen iedereen gedaan worden. Een fotograaf kan bijvoorbeeld normaal eisen dat zijn naam genoemd wordt, maar bij een goede klant die wat extra's betaalt, juist afzien van naamsvermelding. Een programmeur zou software kunnen aanbieden en daarbij zetten dat iedereen het mag verspreiden en zijn naam er niet bij hoeft te blijven staan; dat geldt dan voor iedereen.

Morele rechten en het publiek domein

Sommige auteurs plaatsen bij hun werk een verklaring dat hun werk "publiek domein" moet zijn. Dat wringt met de morele rechten, omdat daarvan dus maar beperkt afstand gedaan kan worden. Met name het recht om op te treden tegen verminkingen kan niet worden opgegeven, ook niet met een verklaring dat het werk publiek domein is.

Het publiek domein

Als het auteursrecht is verlopen, komt een werk in het publiek domein zodat het vrij mag worden gebruikt voor elk doel. Sommige auteurs willen dat dit al eerder met hun werk gebeurt, en zetten dan bij het werk dat dit als publiek domein beschouwd mag worden. Dat ligt juridisch erg lastig vanwege de morele rechten.

Verklaringt van afstand naar het publiek domein

Auteursrecht is overdraagbaar, en je kunt het in licentie geven, maar het opheffen, intrekken of laten vervallen is niet mogelijk. Natuurlijk kun je wel eenzijdig verklaren dat je je auteursrecht tegen niemand zult inzetten, en anderen kunnen je dan aan die verklaring houden. Maar daarbij speelt altijd nog het recht om je te verzetten tegen verminking van je werk (artikel 25 Auteurswet). Van dat recht kun je geen afstand doen, en dus ook niet in zo'n eenzijdige verklaring.

Verval van morele rechten

Morele rechten vervallen wanneer het auteursrecht zelf vervalt (70 jaar na de dood van de maker). Maar als de maker niets in zijn testament heeft gezet, dan vervallen ze al direct bij zijn dood.

Testament of codicil

De morele rechten zijn persoonsgebonden, dit in tegenstelling tot de 'gewone' auteursrechten van de maker. De gewone rechten worden standaard geërfd en kunnen door die erfgenamen (of door iemand die ze per contract heeft gekocht) worden uitgeoefend tot zeventig jaar na de dood van de maker. Dit geldt ook als er niets in het testament staat; auteursrechten zijn "gewoon" deel van de boedel die wordt geëfd.

Bij de morele rechten geldt dat expliciet een persoon aangewezen moet zijn die de morele rechten zal erven of ontvangen. Als geen persoon is aangewezen om de morele rechten te erven (bij testament of codicil, art. 4:97 BW), dan vervallen de morele rechten op het moment dat de maker van het werk overlijdt.

Onduidelijk is of een testament dat "de auteursrechten" vererft aan een bepaald persoon, daarmee ook de morele rechten aan die persoon toekent. Het is dus slim om expliciet de morele rechten te benoemen.

Aangewezen persoon

Wordt wel een persoon aangewezen, dan is deze tot zeventig jaar na het overlijden van de originele maker bevoegd om op te treden tegen verminking, ontbreken van naamsvermelding enzovoorts. Natuurlijk moet hij daarbij eventuele verklaringen van de originele maker respecteren. Had die bij het werk gezet dat zijn naam er nooit bij hoeft, dan blijft dat ook na zijn dood gewoon gelden.

Gerelateerde artikelen

Gespecialiseerd advies nodig?

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen, of zit u met een juridisch probleem waar u advies over wilt? Neem dan contact op met ICT-jurist Arnoud Engelfriet, auteur van dit artikel.

© Arnoud Engelfriet. Dit werk mag vrij worden verspreid en gepubliceerd zoals bepaald in de licentievoorwaarden.

Laatste wijziging:
16 december 2016