Ius mentis Homepage | Categorieën | Lijst A-Z | Willekeurig artikel | Herpubliceren? | Over deze site | Blog | Contact
 

Auteursrecht en parodie

De parodie, een bespottende nabootsing van een ander werk, is een populair genre. Om een parodie goed te laten slagen, moeten er stukken van het origineel worden overnomen. Normaal is het overnemen van concrete delen van een werk inbreuk op het auteursrecht, maar in het kader van een parodie is dit toegestaan. Er mag niet meer worden overgenomen dan redelijkerwijs nodig is om de parodie herkenbaar te laten zijn.

De bedoeling van de parodie moet zijn het origineel voor gek te zetten door een overdreven contrast daarmee. Natuurlijk mag een parodiërend werk verkocht worden, maar als het werk al te duidelijk concurreert met het origineel, is er geen sprake van een parodie. Ook mag de parodie niet nodeloos afbreuk doen aan het origineel of de reputatie van diens maker.

Inhoudsopgave

Wat is een parodie

Een parodie is een humoristisch werk waarin een ander werk belachelijk wordt gemaakt. Zoals juristen het zo mooi zeggen, "in zijn algemeenheid kan als een parodie worden aangemerkt een bespottende (ironische) nabootsing van een werk, waarbij dat werk tot voorwerp van lachlust wordt gemaakt en waarbij het contrast met het originele werk overheerst (er dik bovenop ligt)."

Er zijn verschillende stijlvormen en termen als het gaat om humoristische nabootsingen. De definities zijn niet eenduidig en er zit zeker overlap tussen de verschillende termen.

Auteursrecht

Om een parodie te maken, moeten bepaalde concrete elementen uit het origineel worden overgenomen. Het overnemen van concrete elementen is normaal een inbreuk op het auteursrecht op het origineel. Sinds 2004 is het recht om een parodie te maken expliciet geregeld in de Auteurswet.

Wettelijke basis

Cover van Suske en Wiske en de Glunderende Gluurder Tot 2004 kende de Auteurswet geen expliciet recht om een parodie te mogen maken. In 1984 erkende de Hoge Raad dit recht toch in het Suske en Wiske arrest. De Hoge Raad bepaalde toen met name dat nabootsing niet verder mag gaan dan voor de herkenbaarheid van het geparodiëerde werk nodig is.

In 2004 werd de Auteurswet gewijzigd en werd artikel 18b toegevoegd. Dit artikel bepaalt:

Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de openbaarmaking of verveelvoudiging ervan in het kader van een karikatuur, parodie of pastiche mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is.

De wet noemt dus de karikatuur, parodie of pastiche maar niet de persiflage. Dat zou geen probleem moeten zijn, omdat stijlen en thema's niet beschermd zijn door het auteursrecht. Gebruik van een bestaande stijl in een persiflage mag dus altijd. Worden er bij een persiflage concrete elementen overgenomen, dan is bovenstaand artikel toch van toepassing.

Redelijkerwijs geoorloofd

Een parodie mag dus mits deze redelijkerwijs geoorloofd is. Dit is een vage, open norm waar moeilijk algemene regels voor te geven zijn. De praktijk (de rechtspraak dus) moet hier invulling aan geven. Waarschijnlijk zullen hierbij de regels uit het Suske en Wiske-arrest althans voor een groot deel gevolgd blijven worden.

Bij de behandeling van het wetsvoorstel schreef de minister in de Memorie van Toelichting:

De nadere invulling van deze beperking, die bewust open is gelaten, zal in de praktijk worden ingevuld. Inspiratie kan worden ontleend aan de buitenlandse rechtspraak, waar voorwaarden als de humoristische bedoeling, het ontbreken van concurrentiemotieven en het ontbreken van verwarringsgevaar aanknopingspunten voor de rechter vormen om zijn oordeel op te baseren.

In de VS bijvoorbeeld wordt een parodie als fair use getoetst. Daarbij kijkt men naar het doel en de aard van het gebruik, de aard van het beschermde werk, de hoeveelheid en waarde van het gebruikte deel in verhouding tot het originele werk, en het effect van het gebruik op de potenti?le markt en de waarde van het werk.

In een beroemde zaak uit 1994 bepaalde de Supreme Court dat de parodie van de rap-groep Two Live Crew op de klassieke ballad Oh Pretty Woman toelaatbaar was. De rap-versie gaf door een humoristisch contrast (het zwarte ghetto versus de blanke middenklasse van twintig jaar eerder) een kritische blik op het origineel en had geen invloed op de markt voor het origineel. Een muziekliefhebber die een ballad wil uitzoeken, zal nie snel met een rap-nummer thuiskomen.

Commercieel karakter

Een belangrijke eis is dat een parodie geen commercieel karakter of concurrentiemotieven mag hebben. Een parodie is humoristisch (bedoeld), en een goede grap heeft geen commerciële motieven.

Concurrentiemotief

Karikatuur uit reclamespotje van Yellow Bear Zo werd in juni 2005 een reclamespotje van Yellow Bear een niet-toelaatbare parodie geacht. In dit spotje voor een bedrijvengids werd een in gele bankbiljetten geklede dame opgevoerd, als grappig bedoelde verwijzing naar Katja Schuurman, die gekleed in gele pagina's het 'gezicht' was van de Gouden Gids. Volgens de rechter was het spotje bedoeld om aan te geven dat de Gouden Gids te duur was en de geadverteerde gids beter. Het spotje was dus geen parodie want er was een duidelijk concurrentiemotief.

Ook het gebruik van een karikatuurtekening van minister-president Balkenende in een reclame was geen toelaatbare parodie. Een karikatuur of spotprent mag wel, maar niet als onderdeel van een reclame-campagne, omdat de bedoeling daar niet is om kritiek te leveren op de geportretteerde of hem om een andere reden voor gek te zetten.

Gebruiken van herkenbare persoon

Aan de andere kant is het gebruiken van een bekend persoon niet automatisch hetzelfde als een concurrentiemotief. Bij een Nederlandse parodie op het nummer "Stan" van Eminem werd Syb van der Ploeg van de popgroep De Kast opgevoerd in de rol van Eminem uit het origineel. Dit was een toegelaten parodie, omdat het niet de bedoeling was te profiteren van de beroemdheid van De Kast (of Van der Ploeg), maar omdat een popidool nodig was voor de herkenbaarheid en Van der Ploeg in deze rol paste.

Parodie op het origineel

Een andere belangrijke eis is dat de parodie een parodie op het origineel moet zijn. Dat wil zeggen, iets is alleen een parodie als dat origineel belachelijk gemaakt of bespot wordt. Personages of situaties uit het ene werk gebruiken om een ander werk belachelijk te maken, is juridisch gezien dus geen toegestane parodie.

Tanja Grotter versus Harry Potter

Cover van Tanja Grotter en de Magische Contrabas Zo vond in 2003 de rechter het boek Tanja Grotter en de Magische Contrabas geen toegestane parodie op de Harry Potter-boeken. Weliswaar kwamen er bepaalde verwijzingen naar deze boeken voor in het verhaal, maar die waren slechts kort (zo schreef Tanja liefdesbrieven aan ene HaaPee en had ze een vliegende bezem van het merk HP). Dat was onvoldoende om te zeggen dat Tanja Grotter de boeken van Harry Potter belachelijk maakte.

In het vonnis bepaalde de rechter:

De door [de gedaagde] aangevoerde parodiërende elementen laten onvoldoende het contrast zien met "HARRY POTTER en de Steen der Wijzen" en de humoristische bedoeling hiervan. Vooralsnog is onvoldoende aannemelijk geworden dat de strekking van de verhaallijn in het boek "TANJA GROTTER en de Magische Contrabas" en de invulling van de karakters de figuur HARRY POTTER en het cult-karakter van de HARRY POTTER-hausse bespottelijk maken op een wijze die de lachlust opwekt.

De gedaagde ging in hoger beroep, maar ook daar kreeg hij ongelijk. Het hielp natuurlijk niet echt dat dat hij zelf eerder had gezegd dat het Tanja Grotter-boek volstrekt geen parodie was op de Harry Potter-boeken, maar een origineel werk.

Afbreuk doen aan origineel

Als laatste geldt dat de parodie niet nodeloos afbreuk mag doen aan het origineel. Dat geldt zowel voor het origineel zelf als voor diens maker. Een grap moet wel leuk blijven.

Belediging van de maker van het origineel

Een parodie mag niet ontaarden in een pure belediging van de maker van het origineel. Zo werden bijvoorbeeld in 1994 negatieve uitlatingen over house-muziek van een dominee op de radio verwerkt in een house-nummer. Omdat de citaten sterk verknipt en vervormd waren, kwamen zijn uitspraken absurd over waardoor hij voor gek gezet werd. De rechter vond dat dit de goede naam van de dominee aantastte.

Beschadiging van het origineel

Ook kan een parodie het origineel zelf beschadigen. Met name bij reclame speelt dit nogal eens. Een parodie op andermans reclamespotje waarmee dat spotje volledig onderuit gehaald wordt, is niet toegestaan. In een rechtszaak uit 2001 vond de rechter een parodiërende commercial van Digestive op Werther's Echte niet toelaatbaar omdat afbreuk werd gedaan aan de bruikbaarheid van de originele commercial. Het contrast tussen de twee was zo groot (een lieve grootvader van Werther's tegen een grootvader die zijn kleinkind de hersens inslaat om een koekje bij Digestive) dat kijkers het origineel niet langer serieus zouden nemen.

Gerelateerde artikelen

Gespecialiseerd advies nodig?

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen, of zit u met een juridisch probleem waar u advies over wilt? Neem dan contact op met ICT-jurist Arnoud Engelfriet, auteur van dit artikel.

© Arnoud Engelfriet. Dit werk mag vrij worden verspreid en gepubliceerd zoals bepaald in de licentievoorwaarden.

Laatste wijziging:
16 december 2016