Ius mentis Homepage | Categorieën | Lijst A-Z | Willekeurig artikel | Herpubliceren? | Over deze site | Blog | Contact
 

Registreren van auteursrecht

Wie een werk maakt, heeft daar automatisch het auteursrecht op. Aanvragen van auteursrecht is niet nodig. Ook is er geen vereiste om het werk ergens te deponeren, te registreren of vast te laten leggen. Zelfs een copyright-vermelding (het ©-teken) hoeft niet bij een werk te staan. Als het werk origineel en (minimaal) creatief is, zit er meteen auteursrecht op.

Dit automatisme maakt het bewijzen wie het auteursrecht heeft, soms lastig. Op het moment dat er ruzie ontstaat over wie een werk van wie afgekeken heeft, kan een registratie nuttig zijn. Wie immers de oudste versie van een werk heeft, moet daar wel de maker van zijn. Er zijn diverse instanties, zoals de Belastingdienst en het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE), die een registratie of datering kunnen uitvoeren. Een envelop met het werk er in naar jezelf sturen heeft echter geen juridische waarde.

Inhoudsopgave

Geen registratie nodig

Wie een tekst, foto of ander werk maakt, heeft daar automatisch auteursrecht op. Er is geen aanvraagprocedure, zoals bij een octrooi (patent) of een merk, om auteursrecht aan te vragen of te registreren. Er is geen officiële instantie voor aanmelden, registreren of depot van auteursrecht. Het is dus makkelijk om een auteursrecht te krijgen, maar het is zo wel lastig om later te bewijzen dat je de maker bent van een werk.

Disputen over auteursrecht gaan echter meestal over of er een geldige licentie is, dan wel of wat de tegenpartij deed, überhaupt inbreuk is en niet bijvoorbeeld valt onder het citaatrecht. Of men stelt dat het inbreukmakende werk zelf gemaakt is en niet gekopieerd is van het werk van de eiser. Bij al die vragen is het irrelevant wie de maker is van het werk van de eiser.

De auteurswet zegt dat wiens naam bij de publicatie staat, vermoed wordt de maker er van te zijn. Dat is in de meeste gevallen voldoende. Pas wanneer beide partijen claimen de maker te zijn, is er bewijs nodig. Dat bewijs wordt meestal geleverd in de vorm van een gedateerde versie van het werk. Wie immers de oudste versie van een werk heeft, moet daar wel de maker van zijn. Hoe kon hij er anders aan komen?

De envelop: geen bewijs!

Soms wordt wel voorgesteld om het werk in een envelop te doen en deze aan jezelf te versturen. De postdienst plaatst er dan een datumstempel op, en dat zou dan bewijs opleveren dat het werk bestond op die datum. Niets is echter minder waar. De stempel bewijst alleen dat de envelop verzonden is op die datum. Niet dat dat specifieke werk er ook werkelijk in zat! Enveloppen hoeven niet te zijn dichtgeplakt wanneer je ze verstuurt tenslotte. Dus hoe weten we wat er destijds inzat?

Bewijs door registratie

Een betere manier om het bewijs te leveren, is door het werk zelf te laten voorzien van een datumstempel. Er zijn diverse instanties die een dateringsdienst aanbieden.

Let wel: een dergelijke datering zegt nog niets over wie de maker of rechthebbende is. Het is immers mogelijk om andermans document te laten dateren. Hiermee kan alleen worden bewezen dat het document op de genoemde datum bestond.

De Belastingdienst

Er is géén mogelijkheid (meer) om willekeurige documenten te laten dateren door de Belastingdienst. De Belastingdienst kan documenten registreren in een zogeheten onderhandse akte, maar alleen als registratie wettelijk verplicht is. Hierbij worden een aantal gegevens van het document geregistreerd en voorzien van een datum. Dit is de datum waarop de Belastingdienst het document onder ogen kreeg. Het moet wel een schriftelijk stuk zijn: CD-ROMs en andere elektronische gegevens kunnen niet worden geregistreerd.

Als bewijs van registratie wordt op de geregistreerde akte een sticker bevestigd. Op de sticker staan onder andere de plaats en datum van registratie, een registratie- en volgnummer en een handtekening namens de inspecteur van het belastingkantoor. Deze registratie is gratis.

Het i-Depot van het BBIE

Het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom (BBIE) biedt een dienst om documenten van een datumregistratie te voorzien. Dit heet een i-Depot. Er zijn twee manieren: online of per envelop.

Met een i-Depot kan dus worden bewezen dat een beschrijving, foto of ander werk op een bepaalde datum bestond. Alhoewel deze datering door het Bureau voor de Industriële Eigendom gebeurt, verleent deze datering geen intellectueel eigendomsrecht zoals een octrooi, merk of modelrecht. Het is puur een bewijs dat het document bestond op die datum.

Sommige reclame van het BBIE kan de indruk wekken dat een i-Depot meer is dan alleen een sterk bewijs dat iets bestaat. Maar er is geen enkele wettelijke grondslag om een i-Depot als meer te zien dan dat.

De notaris

De notaris kan een document dateren middels een datumstempel ("voor gezien"), formeel een vergeleken afschrift ex art 49 lid 3 Wet op het Notarisambt. Dan wordt er een kopie gemaakt van het stuk waarbij de notaris zijn ambtsstempel en handtekening zet op een verklaring dat sprake is van een authentiek afschrift. Dit gebeurt meestal om kopieën van diploma's en dergelijke te maken.

Ook kan de notaris een zogeheten authentieke akte opstellen waarin de inhoud van het document wordt vastgelegd. Een notariële akte laten opstellen is vaak relatief duur, maar een authentieke akte heeft wel extra bewijskracht: wat de notaris daarin zegt, wordt geacht waar te zijn (art. 157 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering). Er kan dan geen dispuut meer zijn over de inhoud van het document, tenzij de partij die het aanvecht met keihard bewijs komt dat het document niet klopt.

Een authentieke akte van meer dan enkele pagina's wordt erg onhandig en begrotelijk. De notaris kan ook een proces-verbaalakte maken (artikel 48 Wet op het Notarisambt) en daaraan de beschrijving hangen die de klant aanlevert. Daarmee kan hij altijd kan aantonen dat er op enig tijdstip een notariele akte (met bewijskracht ex art 157 Rv was opgemaakt.

Commerciële instanties

Naast de bovengenoemde onafhankelijke instanties zijn er ook bedrijven die registratie- of dateringsdiensten aanbieden. Natuurlijk kan ook een commerciële instantie een datumstempel plaatsen, en zo'n datering kan prima als bewijs dienen. Sommige van dergelijke bedrijven pretenderen echter dat hun registratie als "bewijs van eigendom" dient. Dat is niet zo. Iedereen kan elk document laten dateren. Dit zegt niets over wie de auteursrechthebbende of de maker is.

Bewijs door conceptversies

Een andere manier om te bewijzen dat je de maker bent, is de originelen en eerdere conceptversies (drafts) te overleggen. Alleen de maker heeft die immers. Fotografen kunnen hun negatieven of de digitale RAW-bestanden bewaren; de tegenpartij met alleen een verkleinde JPEG-afbeelding kan daar niet tegenop. Tekstschrijvers kunnen hun kladversies laten zien.

Wie een origineel heeft met een datumstempel, komt ook een heel eind bij disputen over latere of bewerkte versies. Immers, in die bewerkte versie is meteen te zien dat deze van het origineel komt. En als van dat origineel de eigendom is bewezen, geldt dat ook voor deze afgeleide versies.

Gerelateerde artikelen

Gespecialiseerd advies nodig?

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen, of zit u met een juridisch probleem waar u advies over wilt? Neem dan contact op met ICT-jurist Arnoud Engelfriet, auteur van dit artikel.

© Arnoud Engelfriet. Dit werk mag vrij worden verspreid en gepubliceerd zoals bepaald in de licentievoorwaarden.

Laatste wijziging:
16 december 2016