Ius mentis Homepage | Categorieën | Lijst A-Z | Willekeurig artikel | Herpubliceren? | Over deze site | Blog | Contact
 

Spoedcursus octrooien: Vakgebieden

Een uitvinding komt alleen voor octrooi in aanmerking als deze ligt in een vakgebied waar het octrooirecht op van toepassing is. Historisch gezien konden octrooien alleen worden verkregen voor technische uitvindingen, d.w.z. apparaten en inrichtingen en werkwijzen voor het maken van producten. Iemand die een scheerapparaat, een motor, een koffiezetapparaat of een mobiele telefoon uitvindt, kan daar een octrooi op krijgen.

Uitvindingen die betrekking hebben op spellen, medische behandelwijzen, computerprogramma 's en werkwijzen voor het zakendoen werden niet beschouwd als octrooieerbaar, hoe nieuw en inventief ze ook waren, omdat dit geen "uitvindingen" zijn. Recentelijk is hier verandering ingekomen, met name in de Verenigde Staten. Men kan nu Amerikaanse octrooien krijgen voor alles wat door de mens gemaakt wordt ("anything under the sun that is made by man"), mits het maar een nuttig, concreet en tastbaar resultaat oplevert, en niet beperkt is tot uitsluitend een abstract idee.

Onder deze definitie vallen ook computerprogramma 's en werkwijzen voor het zakendoen. Andere landen, met name de Europese landen die lid zijn van het Europees Octrooiverdrag, zijn terughoudender in het verlenen van octrooien in deze vakgebieden.

Inhoudsopgave

Computerprogramma's

Tot zo'n twintig jaar geleden waren uitvindingen uitsluitend fysieke scheppingen, of werkwijzes die betrekking hadden op fysieke processen. Octrooien werden aangevraagd voor zaken zoals een nieuwe motor voor een auto, een nieuw medicijn, of een werkwijze om een chemische stof te maken. Meer abstracte uitvindingen, zoals een nieuwe lay-out voor een kasboek, een nieuw spel of een nieuwe werkwijze om de waarde van een aandelenportefeuille te berekenen lagen buiten het bereik van het octrooisysteem. Dergelijke niet-technische ofwel mentale uitvindingen werden algemeen beschouwd als niet octrooieerbaar, en de scheidslijn tussen technische en niet-technische uitvindingen was redelijk eenvoudig te trekken.

Dit werd allemaal anders door de opkomst van de programmeerbare computer en de bijbehorende software. Een enkele processor kan worden geladen met verschillende instructies, waardoor deze verschillende handelingen verricht. Hiermee werd het mogelijk om gespecialiseerde hardware te vervangen door een generieke processor, waar software voor specifieke toepassingen door uitgevoerd kon worden.

Software in relatie tot octrooiwetgeving

Deze nieuwe mogelijkheid veroorzaakte veel problemen in het octrooisysteem. Een machine die een nieuwe functie uit kan voeren is natuurlijk octrooieerbaar, maar als die nieuwe functie gerealiseerd wordt door een stuk software, dan is de machine nog steeds fysiek gezien dezelfde. En een machine die niet nieuw is kan niet worden geoctrooieerd. De software, aan de andere kant, is niets meer dan een serie instructies ofwel de uitwerking van een algoritme, en daarmee ook niet octrooieerbaar. Maar aan een nog weer andere kant, als de functie gerealiseerd door machine en software samen uitsluitend in hardware was gerealiseerd, dan zou deze hardware wel octrooieerbaar zijn geweest. Dit conflict bleek bijzonder moeilijk om op te lossen.

Octrooieerbaarheid van software in de VS

Sinds enige tijd kan men in Amerika octrooi krijgen op alles wat de mens kan maken ("anything under the sun that is made by man"), zolang het een nuttig, concreet en tastbaar resultaat oplevert. Het mag dus niet alleen maar een abstract idee zijn. Computerprogramma's zijn nuttig, concreet en tastbaar en zijn dus octrooieerbaar in de VS.

Octrooieerbaarheid van software in Europa

Het Europees Octrooiverdrag (EOV) sluit octrooi op computerprogramma's als zodanig expliciet uit, en de landen die lid zijn van het EOV hebben deze beperking opgenomen in hun nationale octrooiwetgeving.

Dit weerhield mensen er echter niet van octrooi aan te vragen op uitvindingen die geheel of gedeeltelijk in software gerealiseerd waren. Zo kun je bijvoorbeeld in de octrooiaanvraag een uitvinding beschrijven die bestaat uit een computer voorzien van een processor en een geheugen, waarbij er zich in het geheugen een computerprogramma bevindt, dat de computer bepaalde handelingen laat verrichten wanneer het wordt uitgevoerd door de processor. Als deze handelingen dan te zien waren als een uitvinding, dan werd octrooi verleend op het computersysteem voorzien van die software. De octrooihouder kan dan derden verbieden de software los te verkopen, omdat dit een wezenlijk bestanddeel vormt van de geoctrooieerd uitvinding (dat heet indirecte inbreuk).

Recentelijk is het Europees Octrooibureau, net als de meeste andere Octrooiraden, tot de conclusie gekomen dat je dan net zo goed octrooi op de software zelf kunt verlenen. Dus, alhoewel het EOV expliciet octrooi verbiedt op computerprogramma 's als zodanig, is het toch mogelijk om octrooi te krijgen op uitvindingen die grotendeels bestaan uit software.

Werkwijzen voor het zakendoen (business methods)

Een van de redenen om octrooien te verlenen, is dat het uitvinders aanmoedigt om hun uitvinding openbaar te maken in ruil voor het octrooirecht. Zonder dit wettelijk afdwingbaar recht hadden deze uitvinders wellicht hun uitvinding geheimgehouden. Het is dus in het belang van de maatschappij om octrooien op uitvindingen te verlenen. Echter, als de uitvinding per definitie niet geheim te houden is, dan is er geen reden om de uitvinder te belonen als hij de uitvinding openbaar maakt. Dit was een belangrijke reden om werkwijzen voor het zakendoen ("business methods") uit te sluiten van octrooi, ongeacht hoe nieuw en inventief ze waren. De introductie van de supermarkt of de self-service winkel was ongetwijfeld een grote innovatie in het betreffende vakgebied, maar de bedenker hiervan hadden deze innovatie nooit geheim kunnen houden (overigens werd in 1917 US patent 1,242,872 verleend voor het vloerplan en de plaatsing van schappen in een supermarkt).

De opkomst van het "business method" octrooi

Voordat computers en Internet populair werden, was het zeer ongebruikelijk dat mensen octrooi aanvroegen op werkwijzen voor het zakendoen. Als dit al gebeurde, dan was het meestal snel duidelijk dat het ging om een dergelijke werkwijze, en niet om een technische uitvinding, en de aanvraag kon dan snel geweigerd worden. Wanneer de werkwijze uitgevoerd wordt met behulp van een computer, dan is het een stuk lastiger om te bepalen of het gaat om een werkwijze voor het zakendoen, of om een werkwijze om een computer te gebruiken. En als de werkwijze gebruikmaakt van transacties die over een Internetverbinding afgehandeld worden, dan wordt het nog lastiger om het onderscheid te maken tussen een manier van zakendoen en een communicatietechniek waarbij toevallig commerci´┐Żle gegevens gecommuniceerd worden.

Business method octrooien in de VS

De boel kwam pas echt los toen in 1998 een Amerikaanse beroepsrechtbank het vonnis gaf in de zogeheten State Street Bank zaak. In deze zaak werd de geldigheid van een octrooi op een werkwijze om een aandelenportefeuille te beheren in twijfel getrokken omdat het zou gaan om een werkwijze voor het zakendoen, welke niet octrooieerbaar was. De rechtbank besliste dat de werkwijze een nuttig, concreet en tastbaar resultaat (namelijk de geldswaarde van de aandelenportefeuille) produceerde, en daarmee voor octrooi in aanmerking kwam. De uitsluiting van zakelijke werkwijze werd in deze uitspraak expliciet opgeheven. Vanaf dat moment kon men Amerikaanse octrooien krijgen op werkwijzen voor het zakendoen, en dat gebeurde dan ook in grote aantallen.

Business method octrooien in Europa

Tot vrij recent was de positie van het Europees Octrooibureau (EOB) met betrekking tot octrooien op werkwijzen voor het zakendoen niet duidelijk. Alhoewel het Europees Octrooiverdrag werkwijze voor het zakendoen als zodanig uitsloot van octrooi, was het bepaald niet duidelijk wat nu precies een dergelijke werkwijze was, en al helemaal niet wat bedoeld werd met zo'n werkwijze als zodanig. Na een baanbrekende beslissing in september 2000 verklaarde het EOB dat het alleen bevoegd is om octrooien te verlenen op uitvindingen in een technische vakgebied. Hieronder valt niet het vakgebied van het zakendoen, en daarmee zijn abstracte werkwijzen voor het zakendoen uitgesloten van octrooi.

In deze Pensioenfonds-beslissing bepaalde de Kamer van Beroep dat een werkwijze ook een werkwijze voor het zakendoen is als er bekende technische maatregelen op een voor de hand liggende manier bij gebruikt werden. Een computersysteem dat een dergelijke werkwijze kan uitvoeren, wordt echter gezien als een technisch apparaat (net zoals een kassa een technisch apparaat is dat men bij het zakendoen kan gebruiken). Zo'n computersysteem kan dus in theorie voor octrooi in aanmerking komen. Hiertoe moet het echter wel een probleem in de techniek oplossen op een niet voor de hand liggende wijze. Economische problemen, of verbeteringen in een zakelijk vakgebied, worden bij deze beoordeling genegeerd.

Alle delen van deze spoedcursus

Gerelateerde artikelen

Gespecialiseerd advies nodig?

Heeft u na het lezen van dit artikel nog vragen, of zit u met een juridisch probleem waar u advies over wilt? Neem dan contact op met ICT-jurist Arnoud Engelfriet, auteur van dit artikel.

© Arnoud Engelfriet. Dit werk mag vrij worden verspreid en gepubliceerd zoals bepaald in de licentievoorwaarden.

Laatste wijziging:
16 december 2016